AOW-pensioen

De letters AOW staan voor: Algemene Ouderdoms Wet. Bijna iedereen in Nederland heeft recht op dit ouderdomspensioen.
De AOW is een volksverzekering. De algemene regel is dat iedereen die in Nederland woont, verzekerd is voor de volksverzekeringen. Vanaf de AOW-leeftijd heeft iedereen die legaal in Nederland woont en heeft gewoond, recht op AOW.

Mensen die tot hun AOW-leeftijd 50 jaar in Nederland hebben gewoond, krijgen volledige AOW. Mensen die in het buitenland hebben gewoond, krijgen geen of minder AOW-pensioen.

Ingangsdatum

Uw AOW-pensioen gaat in vanaf de dag dat u de AOW-leeftijd bereikt. U krijgt uw AOW-pensioen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
De AOW-leeftijd blijft in 2020 en 2021 66 jaar en 4 maanden. In 2022 stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden en komt in 2024 uit op 67 jaar. Daarna zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. U kunt op de site van de SVB direct online uw eigen AOW-leeftijd bekijken.

Premiebetaling

De premie voor de AOW wordt ingehouden op uw loon of uitkering. Mensen die als zelfstandige werken, betalen hun premie aan de Belastingdienst. Wie geen inkomen heeft, hoeft geen premie te betalen.

Hoogte van AOW

Het AOW-pensioen is een percentage van het minimumloon:

  • woont u alleen dan is de netto AOW gelijk aan 70% van het netto minimumloon
  • woont u met 1 partner samen dan ontvangt u 50%
  • heeft uw partner ook AOW, dan is het bedrag van u en uw partner samen gelijk aan 100%
  • woont u met meer dan 1 volwassene in een huis dan is de AOW gelijk aan 70%

De bedragen vindt u op de site van de SVB.

Woont u in Nederland en heeft u naast uw AOW geen of weinig andere inkomsten? Dan komt u misschien in aanmerking voor de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Aan de hand van enkele vragen kunt u op svb/wanneer_aio controleren of u AIO-aanvulling kunt krijgen. Aanvragen kan 2 maanden voor uw AOW-leeftijd. Als u nog geen AOW heeft aangevraagd, doe dit dan eerst.

Aanvullend pensioen

De meeste mensen die werken, krijgen behalve AOW ook een aanvullend pensioen via hun werk. Of zij regelen dit zelf.

Werkgever regelt pensioen

De meeste werkgevers regelen het aanvullend pensioen voor hun werknemers bij een pensioenfonds. Vaak werkt een pensioenfonds voor een hele sector. Zo is er voor onderwijspersoneel het ABP, kent de bedrijfstak metaal en techniek het PMT en de sector zorg en welzijn heeft het PFZW. Andere werkgevers sluiten een pensioenverzekering af bij een verzekeringsmaatschappij.
Meestal betalen werkgever en werknemer samen premie voor aanvullend pensioen. Uw aandeel wordt elke maand automatisch ingehouden op uw brutoloon. Hoeveel dat is, kunt u nalezen op uw salarisstrookje.

Zelf pensioen regelen

Sommige werkgevers hebben helemaal geen pensioenregeling. Dan moet u uw pensioen zelf regelen. Dat geldt ook voor mensen die zelfstandig werken. Dat kan bijvoorbeeld door te sparen of met een lijfrente.

Zelf aanvragen

U moet uw pensioen drie maanden voor uw pensioendatum aanvragen. Voor uw oude pensioenen (regelingen waaraan u niet meer betaalt) kunt u beter zelf contact opnemen met de pensioenuitvoerders. In de praktijk zal de pensioenuitvoerder waar u tot het laatst toe verzekerd bent geweest, 3 tot 4 maanden voordat u met pensioen gaat, contact met u opnemen. Wanneer u uw aanvraag te laat indient, is het mogelijk dat u minder pensioen krijgt.

Hoogte pensioen

Elk jaar bouwt u een deel van uw pensioen op. Voor de meeste mensen is dit 1,75%. Na 40 jaar werken krijgen de meeste mensen 70% van hun loon als pensioen. Op uw jaarlijkse pensioenoverzicht staat hoeveel u al heeft opgebouwd. Kijk op uw pensioenoverzicht als u wilt weten hoeveel pensioen u straks samen met uw AOW ontvangt.

Nabestaandenpensioen

Zodra uw partner overlijdt, ontvangt u mogelijk een partnerpensioen. In bepaalde gevallen kunt u als nabestaande ook een nabestaandenuitkering (Anw-uitkering) aanvragen. Ook een particuliere levensverzekering kan zorgen voor extra inkomen na het overlijden van de partner.
Bij een echtscheiding krijgt de ex-partner een deel van het opgebouwde nabestaandenpensioen. Dit bijzondere nabestaandenpensioen is het deel dat voor de scheiding is opgebouwd.

Uitkering en pensioen

In de meeste pensioenregelingen en pensioenverzekeringen is opgenomen dat de pensioenopbouw door blijft lopen als u volledig arbeidsongeschikt raakt. U hoeft dan geen premie te betalen. Algemeen geldt: hoe meer arbeidsongeschikt, hoe minder premie u betaalt. Vraag naar de regelingen en voorwaarden bij uw eigen pensioenfonds.

WAO en WIA

De pensioenopbouw met WAO of WIA is niet met een wet geregeld. Ieder pensioenfonds bepaalt zelf of u pensioen blijft opbouwen tijdens uw WIA- of WAO-uitkering.

Gedeeltelijk arbeidsongeschikt

Bent u gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan kan het zijn dat de pensioenopbouw stopt. Vraag bij uw pensioenfonds hoe het zit. Voor het deel dat u nog in loondienst werkt, bouwt u wel pensioen op.
Werkt u door gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in een aangepaste functie met een lager loon? Sommige pensioenfondsen zijn bereid om uw pensioenopbouw te houden zoals die was. Of die mogelijkheid in uw geval bestaat, kan uw pensioenfonds u vertellen.

Pensioenopbouw

De pensioenopbouw tijdens uw WAO- of WIA-uitkering is meestal gebaseerd op het loon dat u in het tweede ziektejaar van uw werkgever ontving. Dit is vaak 70% van uw salaris. U bouwt dan ook maar over 70% pensioen op. Over uw AOW hoeft u zich geen zorgen te maken: zolang u in Nederland woont, bouwt u AOW-pensioen op.

Zelf melden

Bij veel pensioenfondsen moet u zelf melden dat u een WAO- of WIA-uitkering krijgt. Geef het ook door als uw arbeidsongeschiktheidspercentage verandert. Doet u dat niet, dan stopt uw pensioenopbouw. Het is verstandig om na te vragen aan welke regels u zich moet houden bij uw pensioenfonds.