Een bedrijf starten terwijl u werkloos bent, is ook een manier om weer aan de slag te gaan. De gemeente (als u een bijstandsuitkering heeft) of het UWV (als u een WW-uitkering heeft) houdt rekening met uw plannen.

Vindt het UWV/de gemeente dat uw bedrijf of zelfstandig beroep kans van slagen heeft, dan krijgt u de tijd om het op te zetten, met behoud van uitkering. U hoeft dan niet meer te solliciteren. Ook kunt u misschien van het UWV/de gemeente een starterslening of aanvullende bijstand krijgen, of begeleiding bij het opzetten van uw bedrijf.

Tips!

  • Bespreek uw plannen al vroeg met uw contactpersoon bij het UWV of de gemeente.
  • Laat zien dat u weet wat u wilt en dat u zich goed voorbereid heeft.

Starten met een bijstandsuitkering

Heeft u een bijstandsuitkering en wilt u als zelfstandige beginnen? Dan krijgt u een jaar om op te starten. Uw uitkering loopt gewoon door. U moet wel toestemming vragen en u laten begeleiden door een deskundige.

Lening voor starters

Maakt u kosten tijdens de voorbereiding van uw bedrijf? Misschien kan de gemeente u hiervoor een bedrag lenen. Hiermee kunt u bijvoorbeeld een cursus volgen of marktonderzoek doen. De lening is eerst renteloos. Pas als u echt als zelfstandige begint, moet u rente gaan betalen. U maakt dan ook afspraken over het terugbetalen van de lening.
U hoeft de lening niet terug te betalen als u besluit om niet als zelfstandige te gaan werken. Maar u moet dan wel goed kunnen uitleggen waarom u ermee stopt.

Van start

Vinden de deskundigen van de gemeente dat uw bedrijf levensvatbaar is, dan kunt u echt gaan beginnen als zelfstandige. Uw bijstandsuitkering wordt dan definitief stopgezet.

Starten met een WW-uitkering

U kunt op twee manieren met behoud van WW een bedrijf starten.

Starten met startperiode

Begint u als zelfstandige op of na de dag dat uw WW-uitkering ingaat? Dan krijgt u een half jaar de tijd om op te starten. U ontvangt dan 26 weken lang 29% minder WW-uitkering. Tijdens deze startperiode mag u alle uren aan uw eigen bedrijf besteden. U kunt bijvoorbeeld opdrachten binnenhalen en uitvoeren, een bedrijfspand inrichten of een winkel openen. U hoeft niet te solliciteren tijdens de startperiode.
Heeft u minder dan 26 weken recht op WW? Dan duurt de startperiode tot het einde van uw WW-uitkering.

Voorwaarden voor de startperiode

Als de kans groot is om met uw eigen bedrijf voldoende geld te verdienen om van te leven, krijgt u van het UWV toestemming voor de startperiode. Daarnaast moet u de online training van het UWV hebben gevolgd.
U mag tijdens de startperiode geen opdrachten doen voor uw ex-werkgever.

Starterskrediet

In de startfase kunt u ook een starterskrediet aanvragen. Uw gemeente kan op basis van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) een rentedragende lening verstrekken.

Starten zonder startperiode

Het UWV berekent op basis van uw gewerkte uren een 'fictief inkomen' per maand. Het is een berekening, niet uw maandelijkse inkomen. Dit fictieve inkomen wordt blijvend van uw WW-uitkering afgetrokken. Als u (tijdelijk) minder uren werkt, ontvangt u niet meer WW. Voor het aantal uren waarvoor u nog WW ontvangt, moet u blijven solliciteren. Uw WW-uitkering stopt als uw inkomsten uit werk of uw eigen bedrijf per maand hoger zijn dan 87,5% van uw WW-maandloon.

Herlevingstermijn

Stopt u binnen een bepaalde periode met uw bedrijf, dan komt u misschien weer in aanmerking voor een WW-uitkering. Deze periode wordt de herlevingstermijn genoemd. De duur van de herlevingstermijn hangt af van hoelang u recht had op WW. Dit kan pas als de startperiode van 26 weken voorbij is. Voor meer informatie neemt u contact op met het UWV.