Schuilgelegenheden dieren


Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen hebben een beleid vastgesteld voor het bouwen van schuilgelegenheden voor dieren. Dit beleid is opgenomen in de herziening van het bestemmingsplan ‘buitengebied’. Deze herziening is inmiddels onherroepelijk zodat middels een relatief eenvoudige ontheffing kan worden meegewerkt aan de bouw van een schuilgelegenheid. Vanwege het feit dat dit beleid van toepassing is op het waardevolle buitengebied zijn strenge voorwaarden gehanteerd en kan alleen onder deze voorwaarden worden meegewerkt.

Dit beleid is alleen van toepassing op het hobbymatig houden van dieren en alleen indien het ten goede komt aan het dierenwelzijn. Dit beleid is niet van toepassing voor gebieden die zijn gelegen binnen de Ecologische hoofdstructuur. Agrarische bedrijven vallen buiten de reikwijdte van dit beleid. Het is dus zeker niet zo dat automatisch wordt meegewerkt aan een aanvraag. Vooroverleg met de gemeente is daarom heel belangrijk.

Aanleiding
De aanleiding om een beleid vast te stellen is een handhavingproject dat de gemeente Bergen in 2005 heeft opgestart. In het buitengebied van de gemeente waren een groot aantal schuilgelegenheden voor dieren, met name zeecontainers, illegaal geplaatst. Nadat de gemeente de eigenaren had aangeschreven om de illegale bouwsels te verwijderen, ontving ze een petitie van een groot aantal paardenbezitters. Het bleek dat er een grote behoefte was aan dergelijke schuilgelegenheden. De gemeente heeft dit sein opgepakt en is met het oogmerk op de verbetering van het dierenwelzijn aan de slag gegaan met het opstellen van een beleid. Veel dieren staan het hele jaar buiten, de schuilgelegenheid biedt dan onder andere bescherming tegen zon, regen en insecten.

Het beleid
De gemeente heeft in samenwerking met de provincie Limburg onderzocht welke wettelijke mogelijkheden er zijn om  schuilgelegenheden voor dieren te realiseren. Eén van de uitgangspunten bij het opstellen van het beleid was kwaliteitsverbetering: de schuilgelegenheden dienen te passen in het bestaande landschap. Daarnaast diende de vergunningsprocedure eenvoudiger te verlopen.

Aan de hand van het beleid zal per situatie worden afgewogen of het oprichten van een schuilgelegenheid voor dieren op een bepaalde locatie aanvaardbaar is en of deze past binnen de hiervoor gestelde voorwaarden. Ook zal per situatie worden nagegaan of een aanvraag overeenkomt met de doelstelling van het beleid: het verbeteren van het dierenwelzijn.

Evaluatie
Uit recente met het beleid blijkt dat soms onduidelijkheid bestaat over de voorschriften. Daarom hierover het volgende: middels dit beleid kan niet verantwoord worden dat er stallen in het buitengebied ontstaan. De dieren moeten dus de mogelijkheid hebben om zelf te kunnen bepalen wanneer zij gebruik maken van de beschermende werking van een schuilgelegenheid.

Verder kan het begrip initiatiefnemer slechts op één manier worden uitgelegd. Een initiatiefnemer is de eigenaar van de dieren die van de schuilgelegenheid gebruik gaan maken. De initiatiefnemer is eerstverantwoordelijke voor de dieren. Er kan niet worden meegewerkt aan een verzoek waar een andere invulling wordt gegeven aan het begrip ‘initiatiefnemer’.

Eigen bouwkavel
Ook is in de voorschriften opgenomen dat onderbouwd moet worden dat de eigen bouwkavel niet gebruikt kan worden voor het realiseren van een schuilgelegenheid. Dit voorschrift moet voorkomen dat de mogelijkheid bestaat om agrarische gronden gelegen in de nabijheid van de eigen bouwkavel te bebouwen. Het beleid beoogt uitkomst te bieden voor situaties waar de dieren grazen op percelen die gelegen zijn op afstand van de woning van initiatiefnemer en dus niet voor situaties waar de dieren grazen in de nabijheid van het bouwkavel. Hiermee wordt voorkomen dat onnodig bebouwing  in het buitengebied wordt opgericht.