Gevolgen Maaswerken
De aanleg van de Maaswerken heeft gevolgen voor de waterstanden van de Maas, ook in het stroomgebied van de gemeente Bergen.
Bij zeer hoge waterstanden is de te verwachten daling van de waterstand na afronding van de aanleg van de Maaswerken in 2015 gemiddeld 6 cm.
Echter, door de nog uit te voeren Maaswerken in de periode 2008-2015, stijgt de waterstand in deze periode met 4 cm. Per locatie kúnnen de effecten verschillen.
Inleiding
De waterstanden in de Maas zijn door de aanleg van de Maaswerken niet meer zo goed te voorspellen als voorheen. Sinds het begin van de aanleg van de Maaswerken is weinig ervaring met hoogwater van betekenis opgedaan. Inwoners hebben echter behoefte aan informatie waaruit blijkt wat de invloed van de Maaswerken op de waterstanden zou kunnen zijn. Hieronder leest u daarover meer. Hierbij wordt dus niet uitgegaan van praktijkervaringen, maar van schattingen (gebaseerd op rekenmodellen).
Huidige waterafvoer
Elke seconde stroomt een hoeveelheid water door de Maas. Deze hoeveelheden worden uitgedrukt in kubieke meters per seconde (m3/s). Het meetpunt ligt traditioneel in Zuid-Limburg. Op de meeste dagen 150 m3/s
Jaargemiddelde 230 m3/s
De gemiddelde jaarlijkse hoogwaterpiek 1500 m3/s
Bij extreme hoogwaters (1926, 1993 en 1995) ca. 3000 m3/s
Waarom Maaswerken
Na het hoogwater in 1995 heeft de regering besloten om het land beter te beveiligen tegen hoge waterstanden. Dit gebeurt door rivierverruiming en verhoging van de bestaande kaden. Het Projectbureau Maaswerken van Rijkswaterstaat heeft hierbij de regie. Een deel van de werken is al uitgevoerd, de rest wordt uitgevoerd tot het jaar 2015. De werken moeten bescherming bieden tot een waterafvoer van 3275 m3/s. Deze waterafvoer komt gemiddeld één keer in de 250 jaar voor.
De Maaswerken worden bij meerdere plaatsen langs de Maas gerealiseerd en leveren dus op die verschillende plaatsen ook een verschillend effect op. En afhankelijk van de omvang van de waterafvoer (meer of minder) is het effect ook nog eens verschillend (leidt dat dus tot een lagere of zelfs hogere waterstand).
Effect Maaswerken vanaf 2015
Het effect voor het gebied tussen Wellerlooi en Afferden in bijzondere omstandigheden:
- Bij een afvoer van 3275 m3/s, een gemiddelde daling op van 6 cm.
- Bij een afvoer van 2710 m3/s (gemiddeld één keer in de 50 jaar), een daling van 10 cm.
Deze effecten lijken beperkt, maar zijn wel cruciaal voor het behouden van droge voeten.
Effect bij vaker voorkomende omstandigheden
- Bij een afvoer tussen de 0 en 600 m3/s), treedt door de aanleg van de Maaswerken geen verlaging, maar juist een verhoging op van de waterstanden. Het gaat echter om lage waterstanden die niet bedreigend zijn. Deze verhoging is het gevolg van de zogenoemde peilopzet (hogere stuwpeilen van de Maas). Deze verhoging is doelbewust ingevoerd om de grondwaterstanden van de aanliggende gebieden niet te laten dalen.
- Bij een afvoer van ca. 1250 m3/s is het grootste gevolg van de Maaswerken te verwachten: een daling van 70 cm.
Huidige effect Maaswerken
Bij een waterafvoer van 3275 m3/s geldt nu een waterstandsdaling van circa 10 centimeter in het gebied tussen Wellerlooi en Afferden. Deze daling is het gevolg van het uitgevoerde baggerwerk bij de stuwpanden Grave (fase 1 gerealiseerd in 1996) en Lith (gerealiseerd in 2007).
Effect in periode 2008-2015
In de periode 2008-2015 gaan de waterstanden (bij een waterafvoer van 3275 m3/s) verder omlaag als gevolg van nog meer baggerwerken en de aanleg van de Hoogwatergeul Well-Aijen: in totaal nog eens 10 cm.
Echter, door nieuwe kadeaanleg en verhoging van bestaande kaden bij alle bewoonde kernen tussen Venlo en Gennep gaan de waterstanden (bij een waterafvoer van 3275 m3/s) ook weer omhoog met 14 cm.
Samengevat
Bij een waterafvoer van 3275 m3/s geldt nu een daling van 10 cm. Daar komt de komende jaren nog een daling van 10 cm bij én een stijging van 14 cm. De totale daling van de waterstand in het gebied tussen Wellerlooi en Afferden is, ná afronding van de Maaswerken, dus 6 cm.
De genoemde getallen zijn gemiddelden zijn. Ze zijn gebaseerd op huidige verwachtingen. Deze kunnen in de toekomst op basis van nieuwe berekeningen worden bijgesteld.
Andere verwachtingen
Voor Wellerlooi is veel waterstandsdaling te verwachten als de Oude Maasarm van Broekhuizervorst/Ooijen tot aan Wanssum in gebruik wordt genomen en beschikbaar komt voor het afvoeren van hoogwater. Hetzelfde geldt voor Well als de plannen rondom het Maaspark Well tot volledige uitvoering komen. Zowel de planvorming als de besluitvorming over deze lange termijn plannen is echter nog niet afgerond.
Vragen en informatie
Rijkswaterstaat Dienst Limburg
e-mail dlb-ani-frontoffice@rws.nl
website www.rijkswaterstaat.nl
telefoon De heer S. Folkertsma, projectleider Rivierkunde, telefoon (043) 329 45 90
Rijkswaterstaat Maaswerken, Maaswerken-loket
e-mail maaswerken-loket@rws.nl.
website www.maaswerken.nl
telefoon (0800) 622 79 375
Waterschap Peel en Maasvallei
De heer A. van Hal, coördinator Waterkeringen en Veiligheid
e-mail arjan.v.hal@wpm.nl
telefoon (077) 38 9 12 34
website www.wpm.nl




















