Algemene informatie

Op deze pagina gaan we wat dieper in op de flora en fauna van De Maasduinen. Ook de historisch waardevolle vondsten en het ontstaan van De Maasduinen komen aan bod.

  1. Ontstaan van het landschap
  2. Flora en fauna
  3. Archeologische vondsten
  4. Bedreigingen van natuur en milieu


1. Ontstaan van het landschapIn het gebied van waarin De Maasduinen ligt kunt u een 'rivierenlandschap' herkennen. Vier min of meer parallel gelegen landschapstypen komen er voor: het plateaugebied (Rijnterras) is een restant van een hooggelegen rivierenvlakte en honderdduizenden jaren oud. De lagere zandgronden (middenterras) zijn 150 duizend jaar geleden ingesneden door de toenmalige Maasloop. De hogere zandronden (oud laagterras) ontstonden tijdens de insnijding van de Maas tot ongeveer 13 duizend jaar geleden. Daarna werd dit gebied bedekt door stuifzanden, afgezet in de vorm van paraboolduinen. Dan is er nog het Maasdal, de laatste insnijding van de Maas. In geologisch opzicht is De Maasduinen van groot belang.

Paraboolduinen
De paraboolduinen zijn ontstaan tegen het eind van de laatste ijstijd. Grote delen van Noord- en Midden-Limburg waren toen bedekt met een laag dekzand. Door de wind werd dit dekzand opgeblazen tot zandruggen en hoefijzervormige duinen. De Maasduinen is het enige voorbeeld in Noord-Limburg waar de vorming van het stuifduinenlandschap heel goed herkenbaar is. De hoge droge stuifduinen met de vele vennen in het noordelijk deel zijn eigenlijk nog restanten van ongerepte oergronden, waar de natuur eeuwenlang min of meer ongestoord haar gang heeft kunnen gaan. Waar een leemlaag onder het dekzand lag en het regenwater dus niet in de bodem zakte, ontstonden vennen.

Paraboolduinen

Heideterreinen
De Maasduinen bestonden eind vorige eeuw uit uitgestrekte heideterreinen. Deze vormden destijds een onderdeel van het landbouwsysteem. Door het kappen of platbranden van bossen ontstonden open plekken waar de heide zich ontwikkelde. Er werden schapen en vaak ook koeien geweid. Zij verhinderden het opschieten van nieuwe bomen. De Looierheide, Bergerheide en de heide bij het Quin zijn in stand gehouden als heidegebied. De overige heideterreinen zijn aangeplant met bos. De bossen bestaan voornamelijk uit naaldbomen, behalve op het voormalig landgoed De Hamert, waar overwegend loofbomen staan. De naaldbossen zijn aan het begin van deze eeuw aangeplant om de 'woeste gronden' van de gemeente Bergen rendabel te maken en om de stuifzanden vast te leggen.

Landgoed De Hamert
Het voormalig landgoed De Hamert is een open heidegebied gebleven omdat het als jachtgebied in gebruik was voordat het werd aangekocht door de Stichting het Limburgs Landschap, aan het eind van de jaren vijftig. De afgraving van de plas Reinderslooi is van grote betekenis voor de ontstaansgeschiedenis van dit natuurgebied. Een groot duingebied heeft plaats gemaakt voor een grote, relatief diepe plas, waar door de afwerking geprobeerd wordt de natuur een zetje in de goede richting te geven.

Naar boven

 


2. Flora en fauna

In de bossen
Verreweg de meeste bossen in het gebied zijn in het begin van deze eeuw aangeplant. Ze bestaan voor ongeveer zeventig procent uit naaldbomen, met name grove den en daarnaast ook Corsicaanse den, douglas en fijnspar. In een natuurlijke situatie zou er overwegend berken-zomereikenbos ontstaan. Op verschillende plaatsen treedt verjonging op met eik, berk en grove den. Veel bossen zijn vergrast met voornamelijk bochtige smele en pijpestrootje. Vogels die hier het hele jaar leven zijn de groene specht, zwarte mees en kuifmees, goudhaantje, boomklever en natuurlijk de meer algemene soorten als de ekster en vlaamse gaai. De sperwer en vooral de havik zijn zeldzame roofvogels die soms ook in het bos te vinden zijn. Het voormalig landgoed De Hamert heeft vooral loofbossen met eiken berk. Langs het Gelderns-Nierskanaal is eikenhaagbeukenbos en elzenbroekbos te vinden.

In de loofbossen en langs de oevers van het kanaal leven vooral zangvogels. Het is een vogelrijk gebied met meer dan honderd vogelsoorten zoals de nachtegaal, wielewaal, spotvogel en de specht. Ook de zeldzame blauw-met-oranje ijsvogel, die graag in de buurt van stromend water leeft, kunt u hier aantreffen. De draaihals en de bonte vliegenvanger, beide zomergasten, maken gebruik van de natuurlijke boomholtes. Van de zoogdieren die in de bossen leven zijn vooral de kleine roofdieren opmerkelijk: de wezel, hermelijn, bunzing en vos. Ook de das en het ree leeft er en verder acht muizensoorten. In de loofbossen komen verschillende soorten vleermuizen voor. Bossen bieden een goed leefmilieu voor insecten.

Op de heide
De afwisselende bodemgesteldheid zorgt voor verschillende soorten heidegemeenschappen zoals vochtige heide met dopheide, veenpluis, kleine zonnedauw, gevlekte orchis en beenbreek. Op de droge heideterreinen groeit struikheide, hier en daar afgewisseld met schapegras, scherm havikskruid en bochtige smele.

Bijzondere soorten zijn: klokjesgentiaan, snavelbies, moeraswolfsklauw, eenarig wollegras en de vleesetende zonnedauw. Op de heideterreinen is voor de vogelliefhebber heel wat te zien. Er zijn altijd wel een paar roofvogels aan het jagen: de buizerd, de bruine en blauwe kiekendief en de torenvalk. 's Zomers treft u er ook wel boomvalken aan die veel op libellen jagen. In de lente broeden er wulp, wilde eend, fazant, boompieper, boomleeuwerik, geelgors en de roodborsttapuit.

's Zomers verschijnen er zwaluwen. Verder broedt hier de nachtzwaluw, een zeldzame vogel in Nederland, die afhankelijk is van de rust op deze heideterreinen. In de herfst verschijnen de trekvogels. In de winter is de klapekster een opvallende verschijning. Hij zit graag op een vrijstaande boom of struik. Op de heide kunt u ook veel vlindersoorten zien.

In en rond de vennen
Voor kruipende dieren (amfibieën en reptielen) zijn de vennen de ideale leefomgeving. Van de vijftien amfibiesoorten die in Nederland voorkomen, zijn er elf in De Maasduinen te vinden. Opvallend is dat juist de minder algemene en zeldzame soorten, zoals de rugstreeppad en poelkikker, er in zeer grote dichtheden voorkomen. Alleen de meest bedreigde soorten zoals de kamsalamander en de knoflookpad zijn sinds 1981 niet meer waargenomen. Van de reptielen vindt u de zandhagedis, de levendbarende hagedis, de hazelworm en de geheel ongevaarlijke gladde slang. Deze dieren komen 's zomers boven de grond en koesteren zich in de zon. De gladde slang zult u echter zelden tegen komen. De moerasgebieden rondom de vennen zijn van groot belang voor de kraanvogels die hier in de herfst overtrekken. De kraanvogel is het symbool van het nationaal park.

Naar boven



3. Archeologische vondsten

Grafvelden en grafheuvels
Grafvelden met vondsten van klokbekers wijzen erop dat er al 4.000 voor Christus mensen in het gebied woonden. De ongeveer honderd graven maken deel uit van een groot urnenveld, dat in 1930 werd ontdekt. Ze lagen in het overgangsgebied tussen het veengebied en de hogere zandgronden (Rijnterras), op het terrein van de beide grindafgravingen aan weerszijden van de weg naar Twisteden. De vondsten uit de grafvelden zijn ondergebracht in het rijksmuseum voor oudheden in Leiden. De Scherpenheuvel is een van de grootste grafheuvels van Nederland. Deze is niet open gemaakt. Onderzoek voor de restauratie in 1992 heeft bewezen dat hier een grafheuvel is. De grootte (omvang 24 meter en 3 meter hoog) en de ligging op deze opvallende plaats maken duidelijk dat er sprake is van het graf van een belangrijk persoon. In de regio staat deze grafheuvel ook bekend als het Vorstengraf.

Er is mogelijk sprake van twee grafheuvels op elkaar. Bij het onderzoek is besloten de heuvel niet volledig af te graven. De ligging in een terrein van Het Limburgs Landschap maakt dat de heuvel volledig beschermd is. Ook denken de archeologen dat er weinig nieuwe gegevens bekend worden door afgraving.

Kastelen
Aan de rijksweg Nijmegen-Venlo, vlak bij de Maas bij Wellerlooi, liggen de resten van de voormalige roofridderburcht De Stalbergh, daterend uit de 14e eeuw. In het gebied staat ook het kasteel Well met een romaanse bouwstijl, bekend vanaf de 13e eeuw. Dergelijke kastelen werden gebouwd als verdedigingswerk, waren oorgracht en lagen bij voorkeur aan de monding van een beek.

Naar boven



4. Bedreiging van natuur en milieu

Verzuring, verdroging, vermesting en betreding vormen ernstige bedreigingen voor de natuur in het algemeen en dus ook voor het nationaal park De Maasduinen.

Luchtverontreiniging
De hoge concentratie van stikstofverbindingen in de lucht (ammoniak) leidt tot zure neerslag en verzuring van de bodem en het water. Deze toename van voedingsstoffen (vermesting) in de bodem bedreigt de heide. De heideplanten worden verdrongen door grassen en braamstruiken. Daarmee verdwijnt een geschikte leefomgeving voor speciale planten en dieren. De naaldbomen vertonen, evenals elders in Nederland, een verminderde gezondheid als gevolg van de luchtverontreiniging. De vennen zijn door de verzuring aan het vergrassen met pijpestrootje. Ook amfibieën worden door de verzuring bedreigd. In overleg met de agrarische wereld wordt gezocht naar oplossingen.

Verdroging en waterkwaliteit
Verdroging is een verschijnsel dat veel Nederlandse natuurgebieden bedreigt. Doordat er veel water gebruikt wordt voor de industrie, landbouw en als drinkwater, en doordat de grondwaterstand daalt, is er minder water ter beschikking voor de bijzondere vegetatie van vochtige gebieden. Ook de waterkwaliteit laat te wensen over. Voor verbetering van de waterkwaliteit in, bijvoorbeeld het Gelderns-Niers kanaal, zijn internationale afspraken nodig.

Blijf op de aangegeven routes
Heide, stuifzanden en de oevers van vennen zijn gevoelig voor betreding. De bodem verdicht zich als er te veel over gelopen wordt. Dit kan zo ernstig zijn dat de vegetatie blijvend schade oploopt. Dat geldt ook voor de waardevolle korstmossen die grote delen van de stuifzanden bedekken. Betreding van drooggevallen venbodems kan tot gevolg hebben dat de onderliggende ondoorlatende laag lek raakt. Wij verzoeken u dan ook om op de wandel-, fiets- en ruiterroutes te blijven. Zo helpt u de unieke natuur in De Maasduinen te behouden.

Naar boven