Geschiedenis

Afferden

De herkomst van de naam van het dorp Afferden is niet met zekerheid bekend. Sommige bronnen spreken van ‘Afara’ – een verwijzing naar een nederzetting bij een beek die in de Maas uitmondde. Of van ‘Avoort’, dat zou duiden op een plek waar men de rivier kon oversteken. Ook wordt wel gezegd dat de naam afkomstig zou zijn van een Angelsaksische nederzetting, die ‘Offerton’ zou hebben geheten.

In het plaatselijk dialect heet Afferden nog altijd ‘Offere’.

 

Alvermannetjes op de Afferdse hei

Het gebied ten oosten van het dorp, dat tegenwoordig ‘Bergerbos’ heet, was in het verleden één grote heidevlakte met stuifduinen en vennen. Pas tegen het einde van de 19e eeuw is de Afferdse hei – zoals het gebied toen heette – voor een groot deel met bomen beplant. Dat had twee voordelen: de boeren in de omgeving hadden niet meer zo’n last van stuifzand op hun akkers en het bos leverde veel hout op. Maar tijden en inzichten zijn veranderd. Staatsbosbeheer heeft enkele jaren geleden grote stukken bos gekapt om er weer meer heide te laten ontstaan.

Over de Afferdse hei bestaat een mooie oude sage. Een van de stuifduinen op de hei heet ‘de Hopberg’. Daar woonde vroeger een dwergenvolk met de naam ‘Alvermannetjes’, zo wil het verhaal. Hun koning heette Aart. Hij had een grijze baard en droeg een gouden kroontje. De inwoners van Afferden wisten van het bestaan van de dwergen, maar niemand had ze ooit gezien. Of toch wel? Boer Dries van de nabijgelegen ‘Heihof‘ vertelde graag dat hij ze wel eens had ontmoet. Op een zekere dag was hij op weg naar huis, na een bezoek aan een veemarkt waar hij een koe had verkocht. Het was al laat op de avond en hij was een beetje beschonken van alle brandewijntjes met suiker, die hij bij het beklinken van de verkoop tot zich had genomen. In het maanlicht zag hij plotseling aan de voet van de Hopberg een rijksdaalder liggen. Dries wilde het geldstukoprapen, maar hij struikelde en viel in een diepe put. Hij belandde op kussens in een grote zaal, die geen ramen had maar mooi verlicht was met kroonluchters. De ruimte was prachtig ingericht – als een paleis, vond Dries. Er dansten vrolijke mannetjes rond met kleurige puntmutsjes en lange witte baarden – de Alvermannetjes, wist Dries. In het midden zat koning Aart en naast hem zijn dochter, een schone jonkvrouw. De koning gebaarde Dries om naast hem te komen zitten en vroeg hem of hij met zijn dochter wilde trouwen. Dan zou Dries altijd van al het moois in de Hopberg kunnen genieten en later zelfs koning van de Alvermannetjes kunnen worden. Dries had daar wel oren naar, maar opeens realiseerde hij zich dat thuis zijn vrouw, zijn lieve kinderen en zijn vee op hem wachtten. Die zou hij dan nooit meer terugzien. “Nee, dat nooit” zei hij. Op hetzelfde moment dreunde de aarde, het paleis stortte in elkaar en de Alvermannetjes sloegen huilend op de vlucht. Dries kwam aan de voet van de Hopbergweer bij zijn positieven toen de zon al hoog aan de hemel stond. Hij keek om zich heen, maar de rijksdaalder en de put waren nergens te bekennen. Dries zou zijn bezoek aan de Alvermannetjes nooit meer vergeten…..

 

Kasteel Bleijenbeek

De naam van dit kasteel is afgeleid van ‘blije beek’ in de betekenis van ‘heldere beek’. Waarschijnlijk wordt hiermee verwezen naar de Eckeltsebeek, die in de eerste helft van de 14e eeuw is gegraven voor de afwatering van veengronden in de omgeving. Bleijenbeek wordt in 1405 voor het eerst genoemd in oude geschriften, als dit landgoed eigendom wordt van de familie Schenck van Nijdeggen. Het landgoed bestaat dan waarschijnlijk uit een omstreeks 1390 gebouwde boerderij met een woontoren omgeven door een gracht. Later wordt het gebouw geleidelijk uitgebreid tot een middeleeuws kasteel. In 1589, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, loopt het kasteel grote schade op. Pas een eeuw later is de herbouw en vernieuwing voltooid.

In 1709, als de familie Schenck van Nijdeggen uitgestorven is, komt het kasteel in het bezit van de familie Von undZuHoensbroech. Deze familie woont hier tot het begin van de jaren zeventig van de 19e eeuw. Van 1872 tot 1900 wordt het kasteel als onderkomen verhuurd aan tachtig Duitse Jezuïeten, die hun land ontvlucht zijn vanwege de Kulturkampf. Daarna verblijft er tot 1911 een groep nonnen van de orde der Ursulinen. In 1917 wordt het kasteel verkocht aan koopman Prins uit Wassenaar, maar deze verkoopt het in 1924 wegens geldproblemen weer aan de Hoenbroechs terug. In 1937 wordt het kasteel eigendom van de familie Jurgens.

Half februari 1945 verschansen zich Duitse troepen in het kasteel, van waaruit  zij hardnekkige vuurgevechten met de oprukkende geallieerdenleveren. Op 21 februari 1945 wordt het imposante kasteel door de geallieerden gebombardeerd. Wat rest is een troosteloze ruïne – en dat is tot op de dag van vandaag nog zo. Tegenwoordig huist er een grote kolonie vleermuizen. Er bestaan momenteel plannen om de ruïne wat toegankelijker te maken voor het publiek.

Afferden